6 februari 2018
FEL

frans & elly & anne hollander
lagedijk 30
3998 kb schalkwijk
telefoon (030) 2802227
e-mail
franshollander@ziggo.nl
e-mail
anne.hollander@12move.nl

apple

eerste versie
gemaakt op
22 juli 1997

voor het laatst gewijzigd
7 februari 2018


Onderwijsverhalen

vormgeving

Bijna 60 jaar heb ik met onderwijs te maken gehad. Eerst als leerling en student, later als docent. In die periode heb ik van alles meegemaakt. Een aantal ervaringen van mij heb ik ondergebracht in een vehaal. Al die verhalen staan op deze site. Het gaat om de verhalen:

Onderwijsverhalen

1 Een leven lang onderwijs

2 Het woord van de week

3 Hoe leg je uit…waarden en normen

4 Openbaar

5 Spelling

6 Family life

7 Mijn afscheidscollege

“Dit is eigenlijk een voortgangsgesprek waarin we jouw plannen en wensen voor volgend schooljaar moeten bespreken,” zei de afdelingsmanager, “maar voor jou is er geen volgend jaar, omdat jij stopt. Nee, je hoeft nog niet weg, hoor, want heb je al nagedacht over je afscheid?”

“Nou, ik wil in ieder geval geen borrel of receptie, want daar houd ik helemaal niet van. Ik wil ook geen cadeaus in de vorm van rookwaren, want ik rook niet, van drank, want ik drink niet en ik wil ook niet het boek van Jan Siebelink, Laatste schooldag, want dat heb ik al twee keer. Het lijkt me wel leuk om een laatste les te geven voor belangstellenden, een soort openbaar slotcollege. Is dat mogelijk?”

“Nou dat lijkt me een prima idee. En weet je al waarover je die les wilt houden?”

“Nog niet helemaal, maar ik dacht aan een presentatie over De Vrouwenborst. Daar maak ik dan een PowerPoint bij.”

“Dat is nou niet direct een onderwerp dat ik zou verwachten van een vertrekkend docent Nederlands, maar als jij daarvoor kiest, vind ik het best.”

Ik maakte een poster met daarop een aankondiging van het slotcollege op dinsdag 12 juli in de Collegezaal. Daar kunnen zo’n honderd mensen in en die wil ik wel hebben. Voor een lege zaal praten lijkt me niet leuk. Die posters hadden succes.

Op 12 juli zat de zaal helemaal vol. Allereerst met mijn directe collega’s. Alle personeelsleden van mijn eigen afdeling moesten natuurlijk aanwezig zijn. Maar er waren ook belangstellenden van andere afdelingen en zelfs de directeur van het Gezondheidszorgcollege waaronder mijn afdeling valt, was present. Veel van zijn voorgangers heb ik nooit gekend, want die verbleven in een ivoren toren en bemoeiden zich niet met het onderwijs op de werkvloer. Maar deze man kende ik van het volleybal. Ik een seizoen heb ik drie keer tegen hem moeten spelen, twee keer voor de competitie en een keer voor de beker. Hij won alle drie de wedstrijden, zijn team werd dat jaar ook kampioen. Desondanks noemt hij mij op school altijd ‘de beste volleyballer van Utrecht’. Leuk dat hij er ook is. Er waren ook enkele leerlingen van mijn mentorklas, niet veel, want de meeste leerlingen prefereren een vrije dag boven een afscheidnemende docent.

Om precies drie uur gaat de deur van de zaal dicht. De afdelingsmanager neemt het woord:

“Frans heeft het verzoek gedaan een afscheidscollege te mogen geven. Hij wil dat doen over De Vrouwenborst. Ik heb heel benieuwd wat hij daarover te vertellen heeft. Ik geef het woord aan Frans.”

Ik laat het eerste plaatje van de PowerPoint zien:

Inleiding

Kern

Slot

“Zoals alle werkstukken die je bij Nederlands moet maken, bestaat ook een presentatie uit een inleiding, een kern en een slot. In de Inleiding bereid je je publiek voor op wat er komen gaat. In de inleiding moet je het onderwerp noemen, zeggen waarom je dit onderwerp koos, eventueel definities geven van de begrippen en de opbouw van je presentatie. Mijn onderwerp is dus de vrouwenborst, de twee uitstékende, of úitstekende lichaamsdelen bij de vrouw. Waarom dit onderwerp? Mag ik u verleiden tot een klein zelfonderzoek: wie van u was naar deze openbare les gekomen als het onderwerp bijvoorbeeld De spelling van de werkwoorden was geweest? Veel minder mensen dan er nu zijn. Kies dus altijd een onderwerp dat het publiek aantrekkelijk vindt. Maar er is ook nog een tweede reden. Dat kan ik mooi demonstreren aan de hand van een ander lichaamsdeel: het oor. Stelt u zich voor dat een vrouw schoongewassen, maar nog niet aangekleed uit de douche komt. Let vooral op het oor. Vraag haar even een stukje te lopen, vraag haar even een hupje te maken, vraag haar even op de bank te gaan liggen, van haar buik op haar rug te draaien, op handen en knieën te gaan staan, even met de schouders te schudden. Het oor doet niets. Het is onze aandacht niet waard. Laat haar nu hetzelfde doen en let dan op de borst. In elke houding, bij elke beweging neemt die een andere vorm aan, in een eindeloze variatie. Zoals je uren naar de branding in de zee kunt kijken of naar een houtvuurtje, zo kun je ook uren kijken naar de borst van een vrouw.

Ik weet niet of u wel eens op een naaktstrand bent geweest. Ik wel. Mannen zouden daar vooral naar toe gaan om naar de naakte vrouwen te kijken. Dat doen ze inderdaad, ze moeten toch ergens naar kijken. Die steeds veranderende vorm bekijken, die deinende lichaamsdelen zien bij het wandelen, is dan een waar genoegen. Behalve als een vrouw haar borsten heeft opgepompt met siliconen of een andere prothese. Als een vrouw met dergelijke nepborsten van haar buik op haar rug gaat liggen, blijvend de borsten als pijlers van gewapend beton overeind staan, even star als het oor. Geen beweging, geen ontroering.

Mannen zijn trouwens niet de enigen die naar de borsten van vrouwen kijken. Ook andere vrouwen doen dat, maar wel anders. Als een man een paar grote borsten waarneemt, denkt hij: wat een grote borsten. Als hij vervolgens bij een vrouw nauwelijks borstgroei waarneemt, denkt hij: twee erwten op een plankje en bij weer een ander paar denkt hij: wat een stevige peren. Een vrouw vergelijkt de borsten van de andere vrouw met haar eigen borsten: die zijn wel een stuk groter of kleiner dan de mijne, of die staan verder naar buiten dan die van mij, of die tepels zijn wel een stuk donkerder gekleurd dan de mijne. De eerste reden voor dit onderwerp ligt dus in het publiek, de tweede in het onderwerp zelf. Maar er is nog een derde reden waarom ik dit onderwerp koos: onze school.

Ongeveer acht jaar geleden besloot de afdeling Marketing en communicatie dat er een nieuwe slagzin moest komen voor de school. Tijdens een werkbespreking werd de uitkomst gepresenteerd. Het werd: haal eruit wat er in je zit. Toen ik opmerkte dat dat geen goed Nederlands was, kreeg ik te horen dat er al een klap op was gegeven en dat de spreuk niet meer veranderd kon worden. Eerste pijnpuntje. De klap was ook al gegeven op de drukpersen die het nieuwe briefpapier moesten drukken en de textielpers die de spreuk op borsthoogte op een polo printte. En daar kwam het tweede pijnpuntje om de hoek. Tijdens de eerstvolgende open avond mochten de meehelpende studenten het shirtje aan. De meisjes waren daar niet blij mee. Toen een bezoeker wijzend op de borsten zei: "Nou haal ze er dan maar uit", werd dat toch als ongewenst intiem beschouwd. Nog niet zozeer als een aantrekkelijke jongen het voorstel deed, maar zeker als een vader of een minder aantrekkelijke jongen de opmerking maakte.

Even tussendoor: het maandblad Opzij had ook een keer te maken met een soortgelijk probleem. Het feministische maandblad, dat zich uitspreekt voor gelijke behandeling van mannen en vrouwen [terecht], had besloten een damesvoetbalteam te sponsoren. Opzij zou zorgen voor de kleding en had als leuze bedacht: Opzij staat achter u. Deze leuze was goed zichtbaar als de shirtjes plat op tafel lagen, maar in het veld om de vrouwenlijven hadden ze een andere vorm gekregen en was van de leuze alleen zichtbaar: zij staat achter. Het klopte wel vaak met de werkelijkheid, maar om daar nou mee te koop te kopen...

Ik hoop dat zo duidelijke is waarom ik dit onderwerp koos. Dan moet ik in de inleiding ook nog de opbouw van mijn presentatie behandelen. Dat doe ik niet om de verrassing erin te houden. En dan ga ik nu over tot de kern van de presentatie. Dan begin ik met de naam van de borst. In de medische wereld wordt de borst aangeduid met de Latijnse naam mamma, meervoud mammae. Maar niet alleen de borst noemen wij mamma, de hele moeder die er aan vast zit heeft die naam. Een mooi voorbeeld van een pars pro toto, een woord dat een deel noemt, maar het geheel bedoelt. In de handboekjes staat als voorbeeld: neuzen tellen als je wilt weten hoeveel mensen er zijn, of zeilen tellen als je wilt weten hoeveel schepen er zijn, omdat Vondel dat ooit gebruikte. Maar mama is een veel leuker voorbeeld. Je noemt het lichaamsdeel en je bedoelt de hele vrouw. “Mamma, mag ik een ijsje,” levert vaak een ijsje op. Stel je eens voor dat je bij de vader hetzelfde zou doen: “Hé lul, kan ik een verhoging van mijn zakgeld krijgen?” Ik denk niet dat die opmerking meer geld genereert.”

Ik zet het volgend plaatje in de PowerPoint voor. Meteen klinkt het geluid van een sms’je dat binnenkomt op een mobiele telefoon. Op het scherm staat: Tip: JE WAS DOCENT NEDERLANDS, DOE OOK IETS AAN POËZIE.

“Goed idee. Zal ik doen. Er is een prachtig gedicht van Willem Wilmink met de titel De voorkant. Het gaat zo:



De voorkant



Als een jongen wordt geboren

is zijn lichaam kant en klaar.

Alles moet alleen nog groeien,

hier en daar komt nog wat haar.

Als een meisje wordt geboren

is ‘t een moeilijker geval:

niemand kan haar nog vertellen

hoe haar voorkant worden zal.

Rond of spits of groot of klein,

dat zal een verrassing zijn.

Net zoveel als Beatrix

of misschien wel bijna niks.

Ach, de tijd zal moeten leren

of het appels zijn...



Als je in de klas een beurt krijgt

en je staat dus voor het bord,

zie je jongens zitten gluren

of het misschien al wat wordt.

‘s Avonds kijkje in de spiegel,

heel onzeker ben je dan,

bijna roep je: ‘Een, twee, drie, vier,

komt er nog wat van?’



Rond of spits of groot of klein,

dat zal een verrassing zijn.

Net zoveel als Beatrix

of misschien wel bijna niks.

Ach, de tijd zal moeten leren

of het appels zijn of peren.



Als het zover is gekomen

zul je denken, vroeg of laat,

dat je met totaal verkeerde

borsten door het leven gaat.

Hoe ze ook zijn uitgevallen,

jij vindt, dat er wat aan scheelt.

Ook als iemand is gekomen

die ze mooi vindt? Die ze streelt?



Mooi, nietwaar? De tekst is later door Herman van Veen van muziek voorzien. De gedachte dat elke vrouw wel eens ontevreden is met haar borsten is begrijpelijk. Afhankelijk van de situatie zijn kleine dan wel grote borsten gewenst. Doe je mee aan de marathon, dan heb je niets aan van die zwiepende lellen en zijn kleine borstjes te prefereren.

Maar loop je op het strand en wil je indruk maken, dan is een forsere boezem meer gewenst. Bijna zei ik hier, dan is een grotere cupmaat meer gewenst. Dat brengt mij op het kledingstuk dat de borsten omvat, de bh. De b in bh staat niet voor borsten, niet voor boezem, maar voor buste. Een bh is dus een bustehouder. Eigenlijk is een bh een borstvervormer, want de natuurlijke vorm van de borst wordt erdoor tenietgedaan. Zeker in wat merkwaardigerwijs een wonderbra wordt genoemd, worden de borsten zo opgestuwd dat een onnatuurlijke aanblik ontstaat, een aanblik die overigens door veel vrouwen gewenst is. Nu wil ik bij voorbaat stellen, dat iedere vrouw zelf moet weten wat zij met haar lichaam wil doen en hoe ze haar lichaam inpakt, maar voor mij hoeft een bh niet. Ik zie liever de natuurlijke schommeling van de borsten en af en toe een priemend tepeltje dat door de stof heen in opstand komt. Maar tegenwoordig is er geen vrouw meer die zonder bh rondloopt. Is hier in de zaal een vrouw die geen bh draagt? Zie je wel, niemand. En ook de tepels worden onzichtbaar verstopt. De tegenwoordige bh is gemaakt van schuimrubber van een halve centimeter dik, meet maar na dames. In mijn jeugd was dat wel anders. De Dolle Mina’s trokken massaal hun bh uit en verbrandden die tijdens een openbare bijeenkomst. Vrouwen trokken alleen een t-shirtje over hun torso, zaten topless op de stranden en bij de zwembaden, bloot op tv was geen probleem. Een enkele keer vraagt een charismatische popster om bh’s of slipjes en die krijgt het voor elkaar dat iedere vrouwelijke fan zich ontdoet van deze kledingstukken en ze naar het podium gooit. Mijn charisma is niet zo groot, dus ik waag het niet eens het verzoek aan jullie te doen.”

Piep. Weer een sms’je: DENK AAN DE INTERACTIE MET HET PUBLIEK

“O ja, interactie. Nou ik vroeg net al wie van de aanwezige dames bh-loos is. Dat is al interactie. Maar goed nog een raadsel aan jullie: Wat is de overeenkomst tussen een vrouwenborst en een op afstand radiografisch bestuurd vliegtuigje?”

Wat geroesemoes in de zaal duidt inderdaad op activiteit onder het publiek. Een collega antwoordt: “Ze worden allebei gebruikt in de reclame.” “Dat klopt, daar kan ik niets tegenin brengen. Sex sells, dus een borst in de reclame is heel vertrouwd en zo’n vliegtuigje is een leuk stukje speelgoed, dus zeker gebruikt in een reclame. Maar het is niet het antwoord dat ik zocht. Iemand anders?” “Ze produceren allebei iets. Een borst produceert moedermelk en een vliegtuigje produceert motorlawaai.” “Ook leuk gevonden, maar toch wat verder gezocht. Nee is zal het antwoord maar geven: Ze zijn allebei bedoeld voor de kinderen, maar de vaders spelen ermee.”

Piep. Weer een sms’je: DOE OOK IETS AAN LITERATUUR

“Ja, de literatuur. Natuurlijk komen daar veel borsten in voor, zeker als boeken worden ver lmd. Maar laat ik het hebben over de Boekenweek, de ene week in het jaar dat het boek centraal staat. In die week krijg je een geschenk als je voor een bepaald bedrag aan boeken besteedt: het Boekenweekgeschenk. In 1983 is het Boekenweekgeschenk geschreven door Wim Kan. Ik kan beter zeggen: samengesteld door Wim Kan, want het kleine rode boekje bevatte een aantal van zijn uitspraken in de loop van zijn optredens gedaan. De titel van dat boekje luidt: Soms denk ik wel eens bij mezelf... De zin werd afgemaakt in het boekje met ...want ik denk nooit bij een ander.

Onderdeel van de Boekenweek was een prijsvraag waarin iedereen werd opgeroepen op eigen wijze de start van de zin af te maken. Er waren prijzen mee te winnen, een boekenbon van ƒ 25 en opname in een tweede boekje waarin de inzendingen zouden worden gebundeld. Ik deed mee met de gedachte: Ik denk wel eens bij mezelf, als God of de natuur of wie of wat dan ook gewild had dat borsten recht vooruit steken, dan hadden er wel botjes in gegroeid.

Die inzending was goed voor de boekenbon. Van een publicatie van deze prachtige vondst is het nooit gekomen. Wim Kan overleed kort na de Boekenweek en het CPNB vond het niet gepast nog een boekje met door hem geëntameerde komische spreuken uit te geven.”

Omdat het mijn afscheidscollege is, wil ik ook iets vertellen over mijn carrière op school. Daartoe heb ik een grafiekje gemaakt in de Power-Point en dat zet ik nu voor. Er klinkt gelach in de zaal.

“Op de bodem zie je het vak Nederlands. Bovenin zie je de school. De X-as geeft de tijd aan. Mijn werkzaamheden schommelden tussen vak en school. Ik ben begonnen als docent en toen had ik al mijn aandacht voor het vak. Ik heb in die tijd zelf een methode voor Nederlands geschreven, die helaas geen commercieel succes werd, maar waar ik wel veel aan heb gehad in mijn eigen lessen. Daarna ben ik afdelings- manager geworden bij de volwassenen-afdeling van de school. Ik gaf toen geen lessen meer. In die tijd hadden we overdag en ’s avonds bij elkaar zo’n 800 cursisten. Nu zie je ’s avonds bijna niemand meer. In die tijd was er een reorganisatie van de schoolleiding en omdat ik niet akkoord ging met de mij aangeboden positie, zei ik, laat mij dan maar weer docent worden. Ik ben toen teruggegaan in het onderwijs. Op een keer kregen we een nieuwe afdelingsmanager kregen die uit de auto- en garagewereld kwam. Zijn schriftelijke taalcompetenties waren niet zo goed ontwikkeld en hij vroeg mij om jaarverslagen te schrijven. Het jaar daarop maakte ik ook een personeelsblad voor de afdeling en weer later werd ik redacteur van de website. Uiteindelijk deed ik zoveel andere taken, dat ik geen lessen meer gaf. Toen bij weer een reorganisatie alle niet-lesgevende medewerkers naar de diensten moesten verkassen om niet op een onderwijsafdeling te drukken, kwam ik terecht bij de dienst Marketing en Communicatie. Ik heb me voorgenomen om niets negatiefs meer te zeggen over die afdeling. Toen na twee jaar een actie tot job-hoppen werd gevoerd, heb ik gesolliciteerd op alle vacatures voor een docent Nederlands. Dat waren er vier. Omdat er maar één afdeling uitsluitend lessen gaf in Utrecht, heb ik uiteindelijk voor die afdeling gekozen. Het was een van de beste beslissingen van de afgelopen jaren. Hier heb ik met heel veel plezier weer aan mijn vak gewerkt. ”

Weer een sms’je: MAAK HET NIET TE LANG. BREI ER EEN SLOT AAN

“Goed idee, ik ga afronden. Het zal duidelijk zijn dat ik kan genieten van een borst. Van bijna alle borsten. Er zijn eigenlijk geen lelijke borsten. Al herinner ik me wel een film waarin een vrouw haar wonderbra afdeed waarna haar borsten als een rolykit uitrolden tot twee grote lappen vel. Maar dat is een uitzondering. Toch heb ik wel een beeld van de ideale boezem. Ooit zag ik een foto met daarop een vrouw die haar bovenlijf zo gedraaid had, dat de tepel van haar ene borst precies over de contourlijn van haar profiel viel. De tepel van de andere borst vormde precies middelpunt van de andere borst.

Om alle vrouwen de gelegenheid te geven te onderzoeken hoe dicht zij bij mijn ideale boezem zitten, wil ik het hierbij laten. Dank u voor uw aandacht.”

Er klinkt applaus en ik zie de directeur, die mij de grootste volleyballer van Utrecht vindt, opstaan en naar voren lopen. Dat is voor mij het sein om snel mijn computer dicht te klappen en via de dichtstbijzijnde deur de collegezaal te verlaten.